INDIVIRTUAL - TECHNISCH PARTNER IN DIGITALE DIENSTVERLENING

Review: Nicholas Carr - Het ondiepe

March 3, 2011

Gisteravond was ik bij een lezing van Nicholas Carr in Amsterdam. Zijn boek “The Shallows: what the internet is doing to our brain” is sinds kort verkrijgbaar in het Nederlands (Het Ondiepe, hoe onze hersenen omgaan met internet), tijd voor een ouderwets tournee.
3e7323228bc9e6ef342249c77d52f9af--the-shallows-internet-is
Het boek op zich is een interessante verzameling feiten en onderzoeken. Carr slaagt er in om alle gegevens tot een logisch verhaal aaneen te rijgen en zo zijn betoog op te bouwen. Een betoog dat niet uniek is, maar hier, gestaafd met onderzoeksgegevens, wel opnieuw tot denken aanzet. De kern van het boek is het gegeven dat technologische vernieuwingen leiden tot veranderingen in ons brein. Carr voert overtuigend historische voorbeelden op. Zo beschrijft hij hoe het ontstaan van landkaarten en de ontwikkeling van de klok grote impact hebben gehad op de ontwikkeling van onze beschaving en op die van onze hersenen. In zeker zin schrijft hij het einde van de middeleeuwen en het begin van renaissance en verlichting toe aan deze ontwikkelingen.

Het internet zou een vergelijkbaar grote impact op ons kunnen hebben als de kaarten en de klok in het verleden. We zitten nog midden in deze ontwikkelingen, maar de eerste tekenen zijn duidelijk aantoonbaar. Carr stelt dat het grote volume aan prikkels samen met het ‘ontwerp’ van het internet (de gelinkte structuur) ons plastische brein langzaam omvormen. Waren we in staat boeken te lezen en ons langdurig te concentreren en ‘diep’ te denken, nu, als gevolg van het veelvuldig internet gebruik worden onze gedachten oppervlakkiger (het ondiepe) en kunnen we ons minder lang op één en hetzelfde focussen. De paden in ons brein passen zich langzaam aan aan datgene wat we veel doen of veelvuldig aan het brein vragen. Intensief internetgebruik leert ons:

  • Sneller scannen. In plaats van hele artikelen te lezen scannen we een tekst op zoek naar belangrijke of kenmerkende begrippen. De ‘F’ van Jakob Nielsen ligt feitelijk over elke webpagina en die ‘F’ hebben we in minder dan 10 seconden per webpagina gescand en gewaardeerd, ongeacht de inhoud.
  • Meer verwerken. We springen met hyperlinks van het ene naar het andere brokje informatie en laten ons onderweg verleiden allerlei zijpaden te verkennen. We ontvangen meer berichten en meer informatie via meer kanalen dan 25 jaar geleden. We leren filteren en sneller keuzes te maken.

Of ‘sneller’ en ‘meer’ ook beter zijn is de grote vraag, want de keerzijde is dat de enorme stroom informatie en de snelheid waarmee die op ons afkomt ons werkgeheugen overbelast. Zo overbelast dat we er niet meer in slagen informatie in ons langetermijngeheugen te consolideren. Dit noopt ons brein tot aanpassingen, meer gericht op kwantiteit dan kwaliteit. Lazen we vroeger lineair een boek, nu lezen we gefragmenteerd op internetpagina’s met navigatie, pop-up’s, banners en widgets in de periferie. De tekst zelf is doorspekt met hyperlinks. In plaats van lineair te lezen moeten we voortdurend keuzes maken: “volg ik deze link” of “bekijk ik deze banner”. We maken deze keuzes onbewust in fracties van secondes, maar het komt de kwalitatieve verwerking van de content niet ten goede. Ons werkgeheugen is versnipperd, verwerkt de content oppervlakkig en weet niet gestructureerd informatie over te brengen naar het langetermijngeheugen. Daarmee maken we feitelijk het internet tot ons collectieve geheugen waarvan we allemaal afhankelijk worden. Naast het verlies van uniciteit stelt Carr in de laatste hoofdstukken bovendien de vraag in hoeverre dit ons al mens met onze persoonlijke emoties, onze sympathie en onze empathie uitholt. De onderbouwing van deze laatste vragen is in mijn ogen magertjes, maar het stellen van de vraag op zich zet aan tot denken.

Nicholas Carr onderbouwd zijn betoog met onderzoek en feiten van anderen, zonder zelf duidelijk stelling te nemen. Juist hier ligt in mijn ogen de grootste tekortkoming van zijn boek. Door niet expliciet stelling te nemen ontneemt hij zichzelf de kans om ook alternatieven aan te dragen. Carr blijft aan de zijlijn staan en onderkent enerzijds dat internet onlosmakelijk met de huidige tijd is verbonden, anderzijds beschrijft hij de (negatieve) invloed op ons mens zijn. Het had hem gesierd om deelgenoot van de discussie te worden door een extra hoofdstuk met eigen gedachten, een visie en/of een overpeinzing over het internet in de toekomst toe te voegen.

Hoewel gehoopt, zijn antwoord op de vraagstukken van de toekomst ook in de lezing niet aan bod gekomen. Het is wachten op een volgend boek,… of misschien moet ik misschien toch even Googelen?

Ian Zein

Ian Zein